06 apr 2012

PROVINCIE MAAKT LIEVER GEEN WINDPLAN

Bernadette Stassens, provincieraadslid voor GROEN, peilde voor de derde maal naar de beleidsplannen van de deputatie i.v.m. windenergie en andere energiebronnen.Terwijl de provincie aanvankelijk wel van plan was om zich te buigen over een eigen visie rond windenergie, heeft de deputatie, bij monde van gedeputeerde J.P.Olbrechts, tijdens de provincieraad van dinsdag 27 maart bevestigd dat er geen provinciaal windplan bestaat en komt.De provincie wil zich baseren op het Vlaamse windplan met al de besluiten hieromtrent.Slechts 2,2 % van onze provincie zou zeker kunnen aanvaard worden als mogelijk bouwterrein voor windturbines( op industriegrond bv.)75 % van de grond is sowieso niet geschikt voor windmolens.(bouwgrond en natuurgebied)De gedeputeerde verwees ook naar het nieuw besluit van VLAREM II waardoor er vanaf 31 maart niet meer wordt gekeken naar de 250 m afstandsregel maar nu de decibels doorslaggevend zullen zijn en deslagschaduw zeer duidelijk is gereglementeerd op een max. aantal uren per jaar en per dag.De deputatie is van mening dat deze regelgeving voldoende is en wenst "elk dossier op een positieve manier te behandelen".Hiervoor doet zij beroep op 17 administraties die deel uitmaken van een interdepartementale windwerkgroep.GROEN, bij monde van Bernadette Stassens,provincieraadslid wil vooral vermijden dat de projectontwikkelaars enkel "bij toeval "een milieuvergunning zouden verkrijgen en de deputatie dus best wat meer richtlijnen ter beschikking stelt.Vlaams-Brabant is erg dichtbevolkt en bevat verschillende luchtverkeersgebieden. Er moet zeer voorzichtig worden omgegaan met de open ruimten zodat groene energie in onze provincie tochaan bod kan komen. Een beetje zoeken naar de gaten.......Bernadette Stassens6 april 2012  Hieronder de notulen van de provincieraad:

NOTULEN  PR  van
27 maart 2012-windmolens

Mevrouw Stassens
zegt dat het al een hele tijd geleden is dat de raadsleden nog nieuws vernamen betreffende de provinciale aanpak en beleid van windenergie en andere energiebronnen.

In de provincieraad van 17 maart 2009 stelde zij hierover een eerste mondelinge vraag. Het antwoord van de deputatie was toen zeer kort.

Het was duidelijk dat de provincie toen nog nergens stond wat betreft het beleid over alternatieve energiebronnen.

Op haar
mondelinge vraag van 19 mei 2009 antwoordde de deputatie dat de provinciale ambtenaren werkten aan een  beleidsdocument ten
dienste van de gemeenten.

In februari 2011 antwoordde de
deputatie op een mondelinge vraag dat er geen windplan werd opgemaakt.

Ondertussen
zijn er al enkele grote windturbines goedgekeurd in de omgeving van Diest, Bekkevoort en de omgeving van Landen. De projectontwikkelaars broeien volop over
nieuwe plannen.

De provincie heeft echter geen beleidsplan of windplan of de provincieraad moest er niet van op de
hoogte zijn.

West-Vlaanderen,
nagenoeg wel
de provincie met de meeste mogelijkheden op vlak van windenergie, heeft einde van 2011 een windplan van 45 pagina's opgesteld.

Vlaams-Brabant
heeft weinig open ruimte, is dichtbevolkt en bevat verschillende luchtverkeersgebieden zoals rond Zaventem, Bevekom en Goetsenhoven.

Juist daarom reden
te meer om als hogere
overheid bij te sturen en zeer
nauwkeurig te werk te gaan voor wat betreft het omschrijven en aanwijzen van mogelijke locaties voor windturbineparken.
Vooral om te vermijden dat aan
projectontwikkelaars enkel "bij toeval" vergunningen worden toegezegd.

1)                
Beschikt de provincie momenteel over een eigen beleidsplan i.v.m. de vergunning van windturbines of andere energiebronnen als zonnepanelen of biomassa?

2)                
Zo ja, wanneer vernemen we daar meer over binnen de provincieraad. Zo neen, waarom is er geen plan opgemaakt?

3)                
Indien ja, werd hierover al gecommuniceerd met de betrokken gemeenten? Op welke manier? Wanneer? Hoe was de reactie van de gemeenten naar aanleiding van dit document of infomoment?

4)                
Werden er voor dit plan studiebureaus aangesproken? Welke?

5)                
Welke zijn volgens de deputatie de meest
aangewezen locaties en waarom?

6)                
Met welke milieunormen, locaties of omschrijving wil de deputatie vooral rekening houden? (bv.lijnvormige landschapselementen? clustervorming? afstanden?....)

7)                
Wordt er bij het definitieve plan van de afbakening kleinstedelijke gebieden rekening gehouden met zoekzones voor windenergie?

8)                
Denkt de deputatie dat aandeelhouderschap van gemeenten en inwoners noodzakelijk zijn om het maatschappelijk draagvlak te vergroten of is dit geen noodzaak?

9)                
In de nieuwsbrief van "slimmestreken"-uitgave van januari 2012, staat geschreven dat RESOC verdere acties zal ondernemen om tegemoet te komen aan de nood aan groene energie. Er zou contact opgenomen worden met luchtverkeersleider "Belgocontrol" om een dialoog op gang te brengen. Is dit ondertussen al gebeurd en wat zijn de resultaten van dit overleg?

10)            
Welke is
de volgende stap die de provincie wil nemen om tegemoet te komen aan deze
problematiek?

De heer voorzitter
deelt mee dat een aantal vragen peilt naar intenties van de deputatie en
bijgevolg niet ontvankelijk zijn. Dit zijn de vragen 5, 6, 8 en 10.

De heer Olbrechts,
gedeputeerde, zegt dat de mogelijkheden om windturbines in te planten in
Vlaams-Brabant erg beperkt zijn, onder andere door de aanwezigheid van de
luchthavens en de grote bevolkingsdichtheid.

Binnen welk kader wordt er in onze provincie gehandeld met
betrekking tot windenergie en windturbines?

Dat kader is in de eerste plaats bepaald door het windplan
Vlaanderen. Dat is een studie die opgesteld is door de organisatie duurzame
energie en de V.U.B. Hierin is een onderzoek uitgevoerd naar mogelijke locaties
voor windturbines in Vlaanderen.

Om dit windplan op te stellen is rekening gehouden met een
aantal andere plannen die moeten gerespecteerd worden: het gewestplan, de vogel
en habitat gebieden, bufferzones van gevoelige gebieden,?

Deze studie heeft geleid tot vier klassen van gebieden:

  • klasse 0: gebieden die niet in aanmerking komen
    om windturbines te plaatsen (bijvoorbeeld woongebieden en natuurgebieden)
  • klasse 1: gebieden die zeker in aanmerking komen
  • klasse 2: gebieden die in aanmerking komen, maar
    waarbij beperkingen worden opgelegd
  • klasse 3: gebieden die in aanmerking komen na
    afweging van een aantal functies (bijvoorbeeld waardevolle landelijke gebieden)

Op basis van dit windplan is het aantal vierkante kilometers
bepaald per provincie per klasse. Voor Vlaams-Brabant is 75% van het
grondgebied ingedeeld in klasse 0 en slechts 2,2% in klasse 1. Dit is uiteraard
zeer weinig.

Daarnaast moet er ook nog rekening gehouden worden met de
Vlaamse codex op de ruimtelijke ordening, waarbij het sinds 2009 ook mogelijk
is om onder bepaalde voorwaarden in agrarisch gebied windturbines in te
planten. Deze voorwaarden zijn opgenomen in een omzendbrief: bijvoorbeeld de
bundeling van een aantal windturbines, de milieu effecten, ?

Naast de algemene regeling wordt elke individuele
milieuvergunningsaanvraag beoordeeld. Spreker vindt het tendentieus dat gesteld
wordt dat projectontwikkelaars "bij toeval" vergunningen worden
toegezegd.

De deputatie baseert zich bij de beoordeling van een
milieuaanvraag ook nog op het advies van de interdepartementale windwerkgroep.
Hierin zijn zeventien administraties vertegenwoordigd. Eveneens wordt advies
gevraagd aan het directoraat generaal van de luchtvaart en wordt getoetst aan
de Vlarem-wetgeving.

Op 31 maart 2012 treden er nieuwe sectorale voorwaarden Vlarem II in
voege voor windturbines. Dit is een verstrenging.

Wat betreft geluid wordt er
afgestapt van de afstandsregel uit de omzendbrief die stelde dat de hinder op
een afstand van meer dan 250 meter aanvaardbaar is. De hinder door geluid van
windturbines wordt vanaf nu beperkt door geluidsnormen per type gebied:
woongebied, industriegebied, agrarisch gebied,? met telkens de bepaling van het
aanvaardbare decibel.

In gebieden met een hoog achtergrondgeluid (bv. nabij
autosnelwegen) geldt een aangepaste regeling.

De norm voor slagschaduw wordt verlaagd van maximaal 30 uur
per jaar naar maximaal 8 uur per jaar en maximaal 30 minuten per dag.

De provincie heeft geen windplan. Er zijn al voldoende
plannen, criteria en beperkingen door de wetgeving.

De provincie heeft in 2008 geprobeerd om de initiatiefnemers
samen te brengen en in onderling overleg te komen tot "toplocaties"
voor windenergie. Dit is echter niet geslaagd.

Als de provincie een eigen windplan zou maken, dan zou dit
een verstrenging inhouden. Dit is toch de bedoeling niet. De bedoeling is dat
er meer hernieuwbare energie komt.

De deputatie behandelt elk dossier op een positieve manier
met toepassing van de wetgeving en de normen ter zake.

Bij de afbakening van de kleinstedelijke gebieden is er geen
rekening gehouden met de zoekzones voor windenergie.

Wat de vraag in verband met Resoc betreft is het zo dat er
contact is opgenomen met defensie. Er is een goodwill getoond om de behandeling
van dossiers vlot te laten verlopen.

 

Mevrouw Stassens
zegt dat ze niet heeft gezegd dat er bij toeval milieuvergunningen worden
toegekend. Maar het moet wel vermeden worden.

 

Reacties

Please check your e-mail for a link to activate your account.